De meeste digitale multimeters zien er zo uit:

1 = Display, 2 = Functieschakelaar, 3 = Transistorvoetje (optioneel), 4...6 = Bussen voor de testsnoeren
Om diodes te kunnen testen, zetten we de functieschakelaar op "diode-test".
Hierna kunnen we de testsnoeren aansluiten. Mulimeters worden meestal geleverd met twee testsnoeren: een zwarte en een rode. Verbind het zwarte snoer met de COM-bus en het rode met de V/Ω-bus. De andere uiteinden van de testsnoeren verbinden we met de diode. Verbind het zwarte snoer met de kathode en het rode snoer met de anode. Het display zal nu ongeveer 0.6V (600mV) aangeven. Als we de testsnoeren verwisselen, geeft het display een overflow-indicatie.
Wanneer we een diode testen die in een schakeling zit, dan kunnen we afwijkende waarden te zien krijgen; er kunnen nog andere componenten parallel aan de diode zitten. Zorg er tevens voor dat het te testen apparaat uitstaat!